Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Dus kreeg ik een antibioticakuur en ik kan U vertellen dat ik me in tijden niet zo goed gevoeld heb.
Goed ik kan voorlopig even geen ogen uitkrabben, alles wat voorheen zwak en slapjes was is naar de nagels doorgezakt, maar dat had ik toch al zelden nodig. Nee heus.
Nu mag het van mij dan ook wel weer wat worden met dat weer, ik geloof er nog steeds in, wie in mij toch nog steeds geen optimist ziet?

Het is koud aan de waterkant, de Nijlgansjes hebben jongen gekregen.
Wij kunnen spreken van ‘de Nijlgansjes’ aangezien er slechts één paartje aanwezig is, samen met het paartje Bergeend komen deze ieder jaar terug.
Althans dat is wat ik ervan wil geloven.
Onbenaderbaar natuurlijk.
Een verdwaalde Slobeend is al tijden bezig een vrouwtje van de wilde eend te verleiden.
Ze laat het toe want hij is zoveel zachtaardiger dan al die jonge woerden die de Slobeend op afstand houdt.
Zachtaardig genoeg om geen enkel succes te boeken.
Ik heb spontaan een zwak ontwikkeld voor het Slobeendje.
De kuifeendjes doen, als altijd, niks.
Die hebben het al moeilijk genoeg met het feit dat er boven water ook een wereld is, altijd die eeuwige “Huh?” op de kop.

“Kijk” zeg ik naar beneden, “zo triest moet jij er nu ook uitzien schat.”
De boodschap vindt geen enkel gehoor, de gans blijft rustig tegen me aan schurken…… terwijl het wel erg fijne geluidjes maakt, was ik toch een gansje geweest.
Daar sta je dan met je telelens terwijl alles van je wegvlucht, een schuilhutje gaat het ook niet redden op zo’n vlakte vrees ik, de enige die daar wel oren naar had was betreffende Gans.
Nu ja, nog enkele weken en er vliegt vast meer dan dat wat steekt, kwaakt of aanrandt.

Sommige mensen hebben wel een erg blind vertrouwen in mij overigens, Wiki ik.

Zeg ik: Huh?

Ik was vrijdagochtend naar de Mondhygiëniste geweest, dat mag met hoofdletter want het was een groots gebeuren.
Omdat er die middag iemand had afgebeld kon ik in de middag nogmaals komen en dat was fijn want ergens in de ochtend was iets niet volgens plan gegaan en tegen de tijd dat ik weer heen mocht dreinde mijn mond drie meter voor me uit.
Dat moest niet zei ze.
Altijd prettig wanneer je een mening kunt delen.

Dus schraapte ze nog iets meer en iets dieper.
Dat hielp.
Had ze het daar toch bij gelaten, maar nee, nog een lange weg te gaan dus nog maar vijf elementen.
Ze doet vijf elementen per keer, U begrijpt, wij gaan een innige relatie ontwikkelen of ik nu wil of niet.
Ik spreek ook al van elementen.
Naar.
Mijn tandarts vindt mijn elementen ‘prachtig’, hij kijkt daarbij altijd wat dromerig.
Als in; als ik toch zulke elementen had dan…
Geen flauw idee waar hij die zin mee weet af te ronden.
Maar goed, daar waar de éne tand was opgehouden met klagen had een andere tand ingezet.
Dat zei ik nog ook en ik zeur toch echt niet zo snel, zeker niet wanneer mijn mond vol zit met een verdovende gel.

Dat ik die avond een paracetamol moest nemen en maandag even moest bellen hoe het was.
Dat ik nu al drie nachten geen fatsoenlijk oog dicht doe.

Maar dit is geen ontsteking zoals ik die anders heb, ik heb dit heel lang geleden eerder gehad, dat de helft van je gezicht laat zien hoe flexibel het eigenlijk wel niet is.
Dat een gemiddeld kogelvisje een minderwaardigheidscomplex mocht opdoen zou hij je zien.
Toen zei mijn dokter, die nu mijn dokter niet meer is, dat ik een voorhoofdsholteontsteking had en moest stomen.
Dat hielp niet echt dus ging ik naar mijn tandarts met het vermoeden dat het wellicht toch iets anders was.
Mijn tandarts heeft toen heel hard gescholden op mijn dokter, noemde haar bij namen die ik zelf niet eens had durven bedenken.
Dat was een uniek en fijn moment, één die je toch maar zelden deelt met je tandarts, het schept een ongekende band.
Het bleek een tandwortelontsteking en ik heb daar verder niet mijn meest fijne herinneringen aan overgehouden.
Ik weet dat ik tegen de tijd dat ik naar de tandarts kan hopeloos van hem ben gaan houden.
Ja.
Hem zelfs als een God zal aanbidden.
Ik weet wel net zo zeker dat ik, tegen de tijd dat hij met zijn ragertjes mijn tandwortel loopt leeg te pulken, ik hem evenzo hartgrondig zal haten en ik hem namen toedenk die hij zelf niet eens zou durven bedenken.

Vandaag zal ik in ieder geval ruim op tijd op het werk zijn en er loopt nog altijd meer koffie in mijn mond dan over mijn kin.
Misschien bestaat er een geweldige antibioticakuur waar ik niet allergisch op zal reageren en is dat al voldoende.
Toch?
Kan maar zo.
Toch?

Misschien zijn kogelvisjes doorgaans wel heel gelukkig.

“Vreselijk zoals die vroege lentezon naar binnen kruipt en ieder stofje vangt en uitvergroot…”

-”Vertel mij wat, ik word al tijden met je wakker.”

Dat ze dan beledigd is… vrouwen..

Kijk, beeskes met wat me noemen een gezonde eetlust.

Maar waar ik heen wilde, ik plaatste eens wat foto’s.
Wat dan toch een enkele keer jammer is bij foto’s is het ontbreken van beweging.

Voor wie het zien wil, een slakje met een andere kijk op de wereld.

Next Page »