Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

“There seems to me too much misery in the world. I cannot persuade myself that a beneficent and omnipotent God would have designedly created the Ichneumonidae with the express intention of their feeding within the living bodies of Caterpillars…”
Aldus Darwin.
“Sluipwespjes zijn geil.”
Aldus Actiereactie.

Goed de foto is geen hoogstandje, maar het sluipwespje is dan ook slechts een 3mm groot, vooruit doe wild en maak er nog vier van maar dan houdt het echt wel op.
Iets groter dan deze dus:
http://www2.wau.nl/

Sommige Sluipwespjes beïnvloeden het gedrag van de rups of larve die ze infecteren, zo bestaat er een soort die van de rups een bodyguard maakt waar Kevin Costner nog een voorbeeld aan kan nemen.
http://www.plosone.org/

Zoiets ziet er vervolgens zo uit.
http://nl.youtube.com/

Over grof geweld gesproken, ik bedoel maar, dat U niet vreemd moet kijken wanneer U bladluizen stoeptegels ziet leggen met daarop een lieveheersbeestje.
In dit geval (Actie gaat tot op de bodem) bleek ook de Bladwesplarve niet meer in staat zich nog te verplaatsen, normaal laten ze zich bij de minste verstoring vallen deze zat echter met zijn drie voorpoten vastgenageld aan het blad, achter de kop is een eitje zichtbaar.

Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Weet U dat wanneer zo’n gemeentewerker gaat maaien deze met zekerheid bewust het riet en de klaver zodanig over elkaar heen laat vallen dat een willekeurige voorbijganger zich gemakkelijk kan vergissen in de afstand tot de sloot?
Zo lag ik vandaag languit en verwonderde me over allerlei insecten die zich normaal ophouden waar U en ik niet bedoeld zijn te kijken.
Met een soort van eenzijdige vlinderslag moest ik mij naar de kant toewerken over het gladde riet.
Eenmaal uit de sloot gaven mijn droge linker- en kletsnatte rechterhelft geen onaardige impressie van het voor en na. Helaas was er niemand om hiervan een foto te maken want deze had ik U natuurlijk laten zien.
Blij dat ik linksdragend ben want mijn camera had het overleefd.

In de serie ik en mijn grasspriet.
(Zeker de eerste foto moet beter kunnen maar helaas vond Nikon nog steeds geen antwoord op MP-E 65mm van Canon.)
Groene cicade tijdens en na vervelling.

Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Terwijl ik filosofeer over het leven, (why, why, why) en eens extra diep inhaleer, trekt de man zich voor de derde keer omhoog aan de boom die zich duidelijk begint te generen, dan wel door een spontane vermoeidheid werd overvallen waardoor hij zijn bladeren liet vallen.
Links trekt, in het licht van de maan, een Spitskopje een snelle sprint langs groeisel dat niet gepland stond.
De man is duidelijk tevreden met zijn behaalde resultaat want ik hoor een goedkeurend grommen.
Hij laat de boom los om direct bij de eerste stap weer met een noodgang ter aarde te vallen.

Even ligt hij dood.
Ik inhaleer nog wat dieper.
Net wanneer ik de moed heb om te gaan kijken of hij er daadwerkelijk in is gebleven kruipt hij op zijn ellebogen een rondje en werkt zich met zijn rug omhoog tegen de boomstam.
Zijn kin valt tegen zijn borst, hij sukkelt in.
In de bosjes, in de bocht die hij niet haalde, ligt zijn fiets.
Hij draait zich weer om en werkt zich op zijn knieën een rondje om de boom, omarmt deze en trekt zich weer omhoog.
Wat er ooit ook mis was gegaan bij deze man aan zijn doorzettingsvermogen zal het in ieder geval niet gelegen hebben.

Er vliegt een gigantische mot rond mijn hoofd, één waarvoor de wereld duidelijk veel te klein is.
Wanneer ik me enkele minuten later kan losrukken van het gefladder ligt de man alweer languit. De val was al een zodanig natuurlijk geluid geworden dat het niet eens meer bij me was doorgedrongen.
Pas wanneer ik hem zie dringt zijn dialoog met de boom weer tot me door.
Onverstaanbaar maar met overtuiging.
Iets over een wereld die verdoemd is en ik geloof hem.
Zelf zal ik vermoedelijk met de man ter aarde storten en om nu onder hem vandaan te moeten worden geraapt, in mijn eerste en enige poging tot hulpvaardigheid, nadat hij reeds een halfuur bovenop mij zijn door drank lamgeslagen dialogen over me heeft uitgekotst, kon me niet echt verleiden.

Drie mensen waren aan hem voorbij gefietst, twee brede stoere mannen die mij hoop gaven keken slechts één keer om, het meisje versnelde, mijn eigen passieve houding werd steeds minder belastend.
Nog enkele voorbijgangers en ik zou met een gerust hart naar bed kunnen natuurlijk.

Aangezien er in de woonkamer, onderuit op de bank, een dodelijke linkse en een sterke rechtse liggen besluit ik die maar eens te halen, de vrouw die daar tussenin hangt zal hem vermoedelijk slechts met een glimlach al doen zweven.
Terwijl ik richting deur loop stort Humty Dumty zich opnieuw ter aarde, iets vertelt me dat die linkse compleet overbodig zal zijn.
Met de deurkruk in de hand wacht ik, een groep opgeschoten pubers tussen de dertien en achtien komt de hoek om.
-”Hé Piet dit kan zo niet.”
Piet gromde wat en kroop weer richting stam.
“Ken jij hem?” vraagt een kameraad.
-”Welnee.”
De jongen ging door de knieen en werkte zich daarmee in de verdoemde wereld van Piet.
Na wat woorden, trok Piet zich weer aan de boomstam ophoog, aangemoedigd door de groep.
“Je kan het Piet, één, twee, drie!” en net voordat Piet zijn cirkel weer rond wilde maken werd hij door drie jongens tegengehouden.
In de veiligheid van onbekende armen schuifelde Piet naar zijn fiets die keurig voor hem was klaargezet.
Piet werd dapper en wilde opstappen, ook deze poging werd keurig opgevangen, Piet hing in zijn verdoemde wereld in verdomd sterke armen.
-”Zullen wij maar even met je meelopen Piet?”
Bij de boom boog een jongen zich voorover en riep:
“Dat is je geld man.”
“Kerel je bent rijk!” zei hij terwijl hij het aan Piet gaf.
De fietsen werden gepakt, de brommers gestart en Piet verdween in een cirkel en strompelde voort de hoek om.
Het Spitskopje had haar legboor ondertussen diep in de jonge stam geboord, de mot hing aan een tak mooi te zijn in een gebrek aan licht.
Ik adem wat restanten uit en loop naar binnen.
“Eng… die glimlach straalt zeker twee meter voor je uit.” zegt ze.

Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Klik voor groot formaat

Next Page »